Ooit rende ik als Gordon Freeman door de benauwde gangen van de Black Mesa Research Facility, vluchtend voor headcrapzombies en jagend op marines. Ik denk dat ik Half-Life 1 acht keer heb uitgespeeld. Ik was (en ben) stapelgek op de beste shooter uit 1998. De makers, Valve, vonden het genre opnieuw uit. Half-Life was intens, had een meeslepend verhaal en een ingenieuze wereld. Nog steeds droom ik over zijn shotgun. Stel je voor, een kleine kantoorruimte, zes Vortigaunts (van die aliens met groene bliksem) en mijn favoriete wapen. Dertig seconden van waanzin en acht schoten later stond ik aan de andere kant van de ruimte en hijgend voor mijn 15” monitor.

De pioniers in de jaren ’90 van het FPS genre waren de programmeurs van ID software. Wolfenstein 3d én de Doom en Quake franchise domineerden de markt. Deze shooters kenden ieder eenzelfde opbouw. Een summier verhaal, simpel leveldesign en hordes vijanden. Door Half-Life kwam daar verandering in en raakte ik verslingerd aan het genre. Als ik de keuze had gehad tussen een vriendin en Half-Life zou ik hebben gekozen voor het laatste (maar wie houd ik voor de gek, die keuze was er niet. Ik was een veertienjarige puber met lang haar en bril. Ben je zelf veertien jaar met lang haar en een bril? Vrees niet, ik heb nu verkering met een mens).

In de kielzog van het spel verschenen de uitbreidingen Opposing Force en Blue Shift en talloze mods, zoals Team Fortress Classic, Day of Defeat en natuurlijk Counterstrike. CS 1.6 heb ik tot bloedens toe gespeeld, onder andere met Maarten. Na een maand, avond naar avond Dust, Aztec en Italy te hebben verzwolgen kwam de telefoonrekening. Ja, lieve mensen, wij speelden CS via een ISDN verbinding. De bonus van 200 gulden die KPN die maand vroeg verhaalden mijn ouders op mij. Achteraf was de ervaring het geld waard. Het gevoel dat ontstond nadat ik als enige overgebleven Counter-terrorist vier terroristen afknalde en vervolgens de bom ontmantelde was het equivalent van de eerste keer seks (Niet echt hoor, wacht maar af, jij veertienjarige puberboy met lang haar). Overigens gebeurde dat niet vaak, Maarten was beter. De lul.

Bestel Half-Life hier en steun daarmee een goed doel!

Na een aantal jaren van ernstige stilte verscheen in 2004 de langverwachte opvolger, Half-Life 2. Wederom bracht Valve een schokgolf teweeg. Aanvankelijk was die schok voor mij persoonlijk. Ik moest een DVD-ROM speler kopen zonder geld. Op de een of andere manier lukte mij het bij uitkomst van de opvolger. Het waren echter het grafisch prachtige decor, de schitterende karakters en de briljante physics die wederom een kleine revolutie in gameland teweeg brachten.

In plaats van het ondergrondse Lab speelde Half-Life 2 zich af in City 17, een metropolis met een Oost-Europees karakter in een niet zo rooskleurige toekomst. Een nieuw verhaal, nieuwe aliens (Striders!!) en nieuwe wapens lieten mij opnieuw verliefd worden op de wereld van Gordon Freeman. Zelfs in die mate dat ik de Theoretisch Natuurkundige als gids liet opdraven in mijn Profielwerkstuk (dat moest ik maken op vwo, geen idee of dat nog steeds zo is. Toen mijn vriendin dit las lachte ze me uit en schreeuwde ze nerd).  Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat de shotgun onderdeed voor die in het origineel. Daar tegenover stond echter de gravity gun. Dit wapen was het ultieme cadeau in de wereld van Half-Life 2, waarin bijna alles op te pakken was. Vooral het hoofdstuk ‘Ravenholm’ met zijn hordes zombies en grote aanbod cirkelzagen was hierdoor heerlijk.

In 2006 en 2007 verschenen respectievelijk ‘Episode 1’ en ‘Episode 2’ maar daarna werd het angstvallig stil. De cliffhanger aan het einde van het laatste deel schreeuwde om een ‘Episode 3’. Zodoende zei Gabe Newell van Valve in augustus van 2007:

“We know how the trilogy ends and there’s a bunch of loose ends and narrative arcs that need to come to a conclusion in Episode Three”

Maar naarmate de tijd voortschrijdt lijkt Half-Life 3 steeds meer op de heilige graal. In verhalen bestaat het maar in de realiteit blijkt het toch een droom. Zodra er maar een gerucht is van het utopische spel staat de game-community op zijn kop. De meest recente escapade dateert van de  herfst  van 2015. In de code van Dota 2 (wat tevens door Valve is ontwikkeld) zouden verwijzingen zitten naar de illustere nieuwe telg in de Half-Life familie. Valve vermorzelde vervolgens elke hoop van nostalgische spelers door het gerucht de kop in te drukken.

En nu zijn we in 2016. Inmiddels hebben velen de hoop al op gegeven op een nieuwe FPS met Gordon. Maar dat iets dat niet bestaat toch een prominente plek kan innemen bewijzen recentelijke artikelen over Half-Life 3 in the Atlantic en Rolling Stone. Beiden zijn grote magazines in de VS die in principe niets met gamen te maken hebben. Het lijkt dat Half-Life 3 buiten de kaders treedt van de gevestigde orde, ondanks dat er vrijwel niets over bekend is. Volgens de auteur van the Atlantic is dat ook de reden waarom het spel nooit gemaakt zal worden. De druk is domweg te groot. En met Steam heeft Valve een geldmachine in huis gehaald, waarom zouden ze nog?

Noem mij een idealist maar ik wil het niet geloven. Een spel dat mij zo diep raakte, waardoor ik van ‘iemand die spelletjes speelde’ bent getransformeerd naar een gamer, moet een opvolger kennen. Dat deel twee toentertijd al verwachtingen inloste geeft mij vertrouwen in de kunde van Valve. Een nieuwe revolutie in het FPS genre is immers altijd welkom.

Meer Info: