*SPOILERS*

Het is voltooid. Na maanden van gevechten, queesten en intrige heb ik The Witcher 3: The Wild Hunt uitgespeeld en het was een schitterend avontuur. Elke Nekkers Den heb ik uitgeroeid, elke ruïne doorzocht, de Wraiths naar gene zijde gestuurd en elke cycloop in de bossen zijn oog uitgewipt. Na een zenuwslopend tweestrijd reeg ik Eredin aan mijn silver sword en zag ik Ciri vertrekken met haar vader, The Emporer Emhyr var Emreis, the White Flame Dancing on the Graves of his Foes (voor intimi natuurlijk). Met pijn in mijn hart nam ik afscheid van mijn pleegdochter en helaas ook van het spel. Hoe meer ik daar echter over na denk hoe opvallender ik de prestatie vind die CD Projekt Red in de vorm van The Witcher heeft geleverd. Hoe is het mogelijk om na 160 uur gamen nog steeds verliefd te zijn op een spel en dat afscheid ermee daadwerkelijk fysiek verdriet oplevert (een kleine hyperbool op zijn tijd doet niemand pijn, toch?).

Waarom het spel zo goed is vind je terug in feitelijk alle recensies. De gameplay is heerlijk. De combat is in principe simpel maar heeft genoeg variatie om elke gevecht met plezier te vechten. Het verhaal is aangrijpend en meeslepend. Elk plottwist zette mij op het puntje van mijn stoel. En het heeft natuurlijk ook te maken met de schitterende plaatjes die de REDengine op je beeldscherm tovert. Dan heb ik het niet alleen over de hoge kwaliteit van de graphics maar vooral over hoe mooi de wereld is vormgegeven.

Alle zeer goede aspecten van het spel ten spijt, ik denk dat het de sfeer was waardoor ik elk verborgen locatie wilde ontdekken, elke side-queest wilde uitspelen en waarom het zo heerlijk was om met Roach te galopperen door de bossen en velden. Maar sfeer is zo’n abstract begrip. Sfeer betekent niets meer dan het gevoel dat je krijgt in een bepaalde context. Wat ik graag nader wil bekijken is hoe de omgeving – vis-a-vis de context – van The Witcher 3 je het gevoel gaf om door te willen spelen . Dat doe ik door drie gebieden – Velen, Ard Skellige en Kaer Morhen – onder loep te nemen.

velen

De galgenboom in Velen.

Velen: radeloos verloren

Ten zuiden van Novigrad en omringt door de rivier de Pontar ligt Velen, een arme provincie van het voormalig vrije koninkrijk Temeria. Het land wordt al vele generaties geteisterd door oorlogen en in het verhaal van The Witcher 3 is dat niet anders. Mede door de niet aflatende strijd tussen het koninkrijk Redenia en het imperialistische Nilfgard is Velen arm en troosteloos, een landschap van hopeloze keuterboeren, gevaarlijke moerassen, diepe, donkere bossen en talloze monsters. De bevolking bevindt zich in een constante status van radeloosheid, angst en nihilisme. Zij zijn de verliezers van de geschiedenis en het hele land ademt dat uit.

Dat merk je vanaf het eerste moment dat je aankomt in Velen. Bovenop een heuvel kijk je neer op een klein dorp met half ingezakte huisjes en braak liggend land. Links staat een grote, kale boom waaraan lijken bungelen, er omheen vliegen kraaien. De wereld van Velen is troosteloos en tijdens je reis door het gebied heen merk je dat aan de smerige moerassen die zijn overspoeld met Drowners en Water Hags, verlaten dorpen met achtergebleven lijken en wegen waar bandieten vrijelijk kunnen roven en moorden.

In de dorpen kun je de harde en verdrietige inhoud van de gesprekken opvangen. Eén daarvan zorgde voor rillingen door mijn lichaam. Twee vrouwen waren met elkaar aan het praten:

Eerste vrouw: “I send my young’uns to the woods.”
Tweede vrouw, verbaasd: “To the woods??” “Alone?”
Eerste vrouw: “You know how it is, I have to many mouths to feed.”
Tweede vrouw: “What kind of mother are ye.”
Eerste vrouw: “More food for the rest now.”

Het zijn dit soort conversaties, die je soms per ongeluk opvangt, die het harde leven van de inwoners van Velen tekenen. Daarnaast zorgen de al aanwezige Black Ones, de Nilfgardian soldaten, voor extra spanning. De bewoners haten ze maar zijn niet in staat zich tegen hen te verzetten. Want voor wie niet wil luisteren naar de orders van het keizerrijk staat buiten elk dorp een galg klaar.

Op een grijze dag liep ik langs zulke galgen, ten zuiden van Midcopse als ik mij niet vergis en op een kruispunt zag ik drie boeren met hooivorken een ongewapende man bedreigen. Ik stapte van mijn paard en greep in. Ik vertelde de boeren om te stoppen en de man met rust te laten. De boeren waren dat nimmer van plan, de ongewapende man bleek een Nilfgardian deserteur en dit was hun kans om wraak te nemen voor alle ellende die hen was aangedaan. Aangezien deze deserteur hen echter niet specifiek had berokkend koos ik zijn kant. Na een zeer kort gevecht lagen er drie boeren dood en vertrok de deserteur. Gelukkig was ik niet, de boeren hadden immers gehandeld vanuit angst, onderdrukking en oorlog gevulde rancune. Misschien waren hun motieven niet zuiver , maar hun pathos was terecht.

Dergelijke kleine en grote missies kleuren de vele grijze tinten van Velen. Wanneer je een verloren zoon, dochter of vader moet zoeken weet je negen van de tien keer dat je met een lijk terugkomt. Of erger, dat deze persoon een weerwolf is geworden die zijn geliefde heeft omgebracht. De keuzes die je moeten maken bestaan zelden uit een slechte of een goede kant. Het resultaat is vaak of verschrikkelijk of op een andere manier verschrikkelijk.

Het summum hiervan ondervond ik tijdens de laatste queeste die ik in Velen speelde voordat ik naar Novigrad vertrok en die velen van jullie met een wansmaak hebben achtergelaten. In mijn zoektocht naar Ciri moest ik in contact komen met The Crones of Crookback Bog. Terwijl ik door het betreffende moeras heen slenterde, vechtend tegen vele Drowners stuitte ik op een paar huisjes met één oudere vrouw en een groep kinderen als inwoners. De kinderen bleken oorlogswezen te zijn die opgevangen waren door ‘grandma’. Nadat grandma aanvankelijk niets wilde loslaten werd het duidelijk dat ik een missie moest voordat ik de Ladies of the Wood mocht ontmoeten.

Bestel The Witcher 3 hier en steun daarmee een goed doel!

Ik kon doen wat grandma van mij vroeg en een oude, volgens de heksen een slechte spirit, die gevangen zat, ombrengen of ik kon de kant kiezen van de spirit en hem bevrijden. Wat de ‘goede’ keuze was werd niet duidelijk dus koos ik de kant van de heksen. Bij mijn terugkomst verschenen de vrouwen in hun werkelijke vorm. De drie afzichtelijke wezens vertelden mij vervolgens lachend en impliciet dat ze de kinderen hadden opgevreten.

Zelden heb ik mij zo kut gevoeld door een game, of überhaupt een verhaal. In paniek ben ik gaan kijken op internet wat de consequentie was van de andere kant van de keuze. Dat bleek niet beter te zijn, door het bevrijden van de spirit werd een nabijgelegen dorp met inwoners compleet verwoest.

De context bestaat dus uit het landschap maar ook uit de inwoners, hun gesprekken, de monsters en historie. Die context veroorzaakte bij vlagen dat ik het diepgewortelde ongeluk van het land zelf voelde, waardoor ik eerder geneigd was een opdracht voor niets uit te voeren, de monsters met meer liefde naar hel verbande en de bandieten lachend door midden spleet. De bevolking raakte een gevoelige snaar bij bij mij doordat ik hen de kans gaf hun verhaal te doen.

Desondanks was ik een passant en geen onderdeel van die carrousel van oneindig verdriet die Velen heet. Ik, de beste zwaardvechter van het Noorden, overwon wel de Nekkers, de bandieten, de Ghouls en uiteindelijk ook die secreten, The Crones of Crookback Bog (al was dat als Ciri). Dat bracht bevrediging, al was het melancholisch van aard.

De schitterende natuur van Skellige.

De schitterende natuur van Skellige.

Skellige: Ruige trots met een schaduwzijde

Ten westen van Velen ligt de eilandengroep Skellige. Al eeuwenlang worden deze ruige landen bewoond door een trots krijgersvolk. De politieke inrichting is feitelijk een losse confederatie. Elk gebied en elk eiland wordt bewoond door een eigen clan. De leiders van de clans, de Jarls, kiezen een koning maar de clans zijn in principe onafhankelijk van elkaar en hebben dan ook meer dan eens ruzie of zelf onderling oorlog. Toch hebben ze een een duidelijke gemeenschappelijke identiteit. De op Viking lijkende Skelligers zijn trots, zeer gehecht aan hun tradities, moedig en hebben een laatdunkend beeld van ‘continentals’.

Nadat Geralt in Novigrad Triss heeft geholpen (en misschien wel met haar onderbroekgebied heeft gespeeld) en meer is te weten gekomen over Ciri’s locatie, vertrekt de Witcher per boot naar Skellige. Een enorme onweersstorm maakt van onze protagonist echter een drenkeling. Gelukkig strandt hij aan de kust van Ard Skellige, het grootste eiland van het archipel.

Terwijl Geralt (en de speler) langzaam beseft waar hij is en de omgeving in zich opneemt wordt het contrast tussen Skellige en Velen duidelijk. Waar het landschap van de door oorlog verscheurde delta wanhoop schreeuwt, spreekt Skellige bedeesd trots uit. Vanaf het strand kijkt de Witcher omhoog. Eerst ziet hij hoge pijnbomen, daarachter de heuvels en in de verte ziet hij majestueuze bergen. Velen was nat, laag en vies, Skellige is schoon, groots en schitterend; kortom majestueus. Het ruige landschap is doordrongen van een epische, oeroud karakter Het heeft veel weg van de Romantische schilderijen van bijvoorbeeld Caspar David Friedrich of andere Duitse schilders uit de negentiende eeuw.

De eerste rit die ik op Roach maakte – die op één of andere manier de overtocht ook had overleefd – liet een diepe indruk achter. Vanaf het strand reed ik naar Kaer Trolde in het Noordwesten. In de verte hoorde ik wolven, ik zag de zon zakken en lucht paars kleuren. Bossen, velden en heuvels schoten voorbij terwijl ik
galoppeerde door een glooiend landschap. De muziek maakte de sublieme ervaring compleet. Met een plaatsvervangende moed en trots kwam ik aan bij de burcht van de clan An Craite. Net op tijd voor de ceremonie van de net overleden koning Bran.

De eilandbewoners zijn erg trots op hun woonplaats maar ze zijn ook erg trots op zichzelf en proberen te leven volgens eeuwenoude tradities van hun voorvaderen. Toen Geralt aankwam bij Kaer Trolde vindt één van die belangrijke tradities plaats. Koning Bran an Tuirseach is kort voor de Witchers aankomst overleden.

Terwijl Bran in de boot wordt gelegd met zijn wapens en schild, staan op een verhoging op het land twee vrouwen met allebei uitgelopen mascara en harde gezichten. Op een gegeven rent de jongste van de twee, een roodharige vrouw, naar beneden. De druïde Ermion, die de uitvaart begeleid, schreeuwt nog: “You need not do this Child”. Ze negeert hem en springt op de boot waar Bran ligt opgebaard. De camera draait naar twee mensen achter de druïde.

Vrouw: “T’is madnnes”
Man: “Erin should be the one going, they shared a bed longer”
Ermion (de Druïde): “Silence, it’s her decision”

De jonge vrouw op de boot omhelst de koning. De Jarl van clan An Craite pakt een boog en schiet een brandende pijl op de boot die langzaam de natuurlijke haven uitvaart. Het lichaam van de koning en zijn jonge minnares vatte vlam. Een krijger blaast op een hoort. De druïde spreekt dat zijn voorvaderen op Bran wachten:

“Glorieus Togheter they will hunt and raid, they will sit around the fire and praise the deeds of ancient past.”

Het mooie aan het spel is dat het impliciet en en expliciet verschillende perspectieven op deze traditie laat zien. Schijnbaar was het ooit gebruikelijk dat de weduwe van een gestorven koning met hem mee ging naar het hiernamaals, de vrouw was even belangrijk als zijn schild en wapentuig. Erin, de weduwe die bleef staan, koos om te blijven leven (en geef haar eens ongelijk). De roodharige concubine wilde echter nog leven – of sterven – zoals haar voorouders dat deden: op een brandende sloep met haar gesneuvelde geliefde. De twee naamloze passanten vonden dat de vrouw van de koning had moeten gaan, de druïde zei dat het niet hoefde tegen de roodharige vrouw, Erin vond het blijkbaar onzin (iets dat ze later ook uitspreekt).

Die verschillende gedachtes over die tradities vormen een constant spanningsveld in Skellige. Niet alleen tussen NPC’ers, maar ook tussen de bevolking van de eilandengroep en Geralt zelf. Dit komt sterk naar voren in de side-queest waarbij de speler mag kiezen wie de nieuwe koning wordt van Skellige. Na een reeks sub-queesten kan Geralt kiezen tussen de twee kinderen van de Jarl Crach an Craite: De koppige en dappere krijger Hjalmar an Craite of de pientere maar terughoudende Cerys an Craite. Het verleden dicteert dat de koning een man moet zijn maar ik koos voor Cerys. Het gevolg was dat een deel van de Jarls mij naar het leven gingen staan. Een vrouw als koning kon volgens hen niet.

Er is is ook nog een tweede spanningsveld. Skellige heeft een schitterende natuur en fantastische dierenrijk. Je kan er uren rondrijden en het landschap in combinatie met de muziek zullen je net zo trots laten voelen als de eilandbewoners. Maar die trots, die naast de omgeving gebaseerd is op eeuwenoude tradities heeft net als in onze wereld een keerzijde. Want hun hoge eigenwaarde heeft tot gevolg dat een groot gedeelte van de bevolking een hekel heeft aan mannen en vrouwen van het continent ongeacht wie het zijn. Sterker nog, ze spreken vaak met walging over een andere clan. Ze hebben duidelijke regels wat wel en wat niet mag, en zodra men verondersteld dat die regels gebroken zijn is de consequentie niet mals. Velen “zondaars” worden verbannen of vermoord hoewel hun misdaad soms nihil leek in mijn ogen. Als je al kon spreken van een misdaad.

Het krijgersvolk is trots en moedig maar ook kleinzielig, conservatief en rancuneus. Trots door hun onafhankelijkheid. Moedig door hun wil om te sterven tijdens een slag of raid in plaats van een lang ziektebed. Kleinzielig omdat sommige van hen een man verkiezen boven een vrouw, ook als die de betere optie. Conservatief omdat ze angstvallig vast kunnen houden aan holle en archaïsche tradities en rancuneus door de straffen die ze uitdelen.

Het leven in Velen was hard door de barbaarse gevolgen van talloze oorlogen, het leven in Skellige door zelfkastijding. Dat bijna masochistische gedrag werpt een grote schaduw op een schitterende eilandengroep met een trots en dapper volk. Juist die meerdere dimensies maken van Skellige een realistische en interessant land. Het zet je aan het denken, laat je een eigen mening vormen waardoor je meer verbonden raakt met Geralt, de zorgen van de bevolking zal delen en zin en onzin van zogeheten tradities zal inzien. Daarom was het zo fijn om Cerys de kroon te schenken, om te breken met in mijn ogen een onzinnige traditie.

Het vervallen Kaer Morhen.

Het vervallen Kaer Morhen.

Kaer Morhen: Hopeloos Hoop

Ver in het noorden, verbogen achter hoge bergtoppen ligt Kaer Morhen; de thuisbasis van de Witchers van de wolf school. De ligging is schitterend. Het is een groot, vervallen kasteel tegen een bergwand aan gebouwd. Kijkend vanaf het fort zie je het licht van de ondergaande zon dansen op de de besneeuwde kruinen van de bergen, de met schitterende bossen begroeide heuvels en in het dal een groot, spiegelglad meer. Eens moet het een levendige plek zijn geweest maar tegenwoordig is het zo goed als verlaten. Hier zijn geen dorpen, geen boeren of bandieten. Het is hier stil. Het enige dat je hoort is de wind die bladeren doet ritselen en in de verte een wolf huilen. De status van het kasteel is een beeldspraak voor de toestand van de orde. Er zitten gaten in de muur, torens zijn deels afgebroken en overal groeit gras tussen de kieren. De school van Vizmir en Geralt heeft zijn zenit allang gehad.

Kaer Morhen neemt een andere rol in dan Velen of Skellige. Allereerst is het veel kleiner dan de twee andere twee locaties. Daarnaast zijn er nauwelijks side-queesten die je kan doen en zijn er maar twee verborgen locaties. Je bent er eigenlijk maar twee keer en slechtst voor een korte periode, maar wat er gebeurt is cruciaal voor het verhaal. Mede hierdoor wordt de sfeer op een andere manier gemaakt. Het belang van dynamiek van de karakters is door het hele spel heen groot, maar komt tot volle wasdom in Kaer Morhen.

Geralt rijdt voor het eerst door de grote poorten van het kasteel met Uma, het monster waar Avallac’h in gevangen zit (al vermoeden ze op dat moment dat het Ciri is). Om de elf te bevrijden van zijn vloek moet Uma een barbaars ritueel doorstaan: The Trial of grasses. Geralt en de andere drie Witchers die in het kasteel zijn, Vizimir, Eskel en Lambert zijn hiermee bekend. Het is onderdeel van de opleiding die zij als jonge leerlingen ook hebben moeten doorstaan. Veel van hun leeftijdsgenoten konden dat verhaal echter niet navertellen, de Trials werden hun dood.

Vooral Lambert heeft er moeite mee dat zij Uma, het schijnbaar weerloze beestje, zoiets verschrikkelijks moeten aandoen. Tijdens de subqueeste om ingrediënten te vinden voor een potion maakt het heethoofd dit keer op keer duidelijk aan Geralt. Mede omdat zij op verschillende locaties komen waar zij zelf, als jonge leerlingen zijn geweest en kameraden hebben verloren. Eenmaal terug in het kasteel laat Lambert ook duidelijk weten aan Vizimir (de nestor van de drie en hun vroegere leraar) dat hij de hele opleiding tot Witcher barbaars vond.

Later, in een gesprek met Lambert, kan je er achter komen dat hij bij zijn moeder weggerukt is door een Witcher terwijl zij achterbleef met een dronkenlap – een klootzak. Zijn weerzin tegen de Trials en de gehele orde wordt daarmee verklaard. Lambert is vaak een dwarsligger, iemand die irritant kan zijn, maar vanuit zijn perspectief gelijk heeft. Daarnaast werkt hij werkt gewoon mee aan ‘the good cause’ om Ciri uit de handen van the Wild Hunt te houden.

Juist die meerdere dimensies maken van de belangrijke karakters realistische mensen waarom je kan geven. Lambert is een lastpak en soms een bron van ergernis maar ken zijn verhaal en je bekijkt hem met andere ogen. Er is echter geen ander persoon waar ik zo hard voor viel als Yennefer. Toen ik (niet Geralt) haar voor het eerst in White Orchard zag vond het al een schitterende vrouw. Ja, ze doet uit de hoogte, is egocentrisch en hautain maar ze is ook bloedgeil, mooi, venijnig grappig en slim. En ze geeft om je. Godverdomme wat was het mooi om haar te neuken op Skellige tijdens de infameuse Eenhoorn scene. Het is een beetje raar om opgewonden te raken van een game maar hé, als het gebeurt, gebeurt het. (Sorry Triss fans, ik zou altijd Yennifer kiezen).

Het is samen met Lambert, in eerste instantie Yennefer en Eskel dat één van de mooiste stukken uit the Witcher 3 plaats vindt: De dronken nacht op Kaer Morhen. In een land waarin oorlog troef is, de bevolking radeloos is en Geralts missie onbegonnen werk lijkt is de reactie van de drie Witchers hierop het meest menselijk (iets dat hen trouwens door de buitenwereld wordt ontzegd) maar ook het meest onverantwoordelijke. Speel het dronken spel mee als speler en wat volgt is één van de grappigste stukken uit de gamewereld.

Voordat Uma de potions toebedeeld krijgt van de Trials probeert Vizimir op een andere, zachtere manier de vloek op te heffen. Hiervoor gaat hij samen met het hulpeloze beestje één nacht het kasteel uit en laat hij de Witchers en heks achter die vervolgens besluiten om te ontspannen. De vier drinken, praten over het verleden totdat Lambert, de irritante (maar grappige) eikel inhaakt op een gesprek: “Right, speaking about old friends […] and ploughing….How’s Triss”. Eskel grijpt in zorgt ervoor dat noch Geralt of Yeneffer pissig wegloopt. Het tekent zowel Lambert als Eskel. De eerste als de stoker van onrust, de tweede als een vredebwaker.

Nadat Yennefer naar bed is gegaan (en zij mij twee uur lang te grazen heeft genomen, op een leuke manier, kijkend naar de seksscène) tovert Eskel sterke drank te voorschijn. De tijd verstrijkt, de mannen drinken stevig door en in de volgende scene zijn lege glazen te zien en klinkt Geralt niet zo sober meer. Hij stelt vervolgens een drankspel voor. Lambert weet hier wel raad mee en stelt een spelletje ‘I never…’ voor en zegt: “I never slept wih a succubus”. Onder andere Eskel drinkt en zegt: “I’m a sucker for a women with horns”. Het spel gaat nog even door en Geralt stelt: “I’ve never taken fistech” en wederom moet Eskel drinken waarop hij de vragende Geralt beantwoord: “Ones, with the succubus”. Stille wateren hebben diepe gronden. Eskel, de goedzak, heeft een voorliefde voor af en toe een bacchanaaltje.

Na een aantal dronken escapades – Lambert doet Vezimir na, een zoektocht naar meer drank, en een zeer bezopen (en herkenbare) dronken liefdesverklaring tussen Lambert en Geralt – besluiten de drie dat er vrouwen nodig zijn. Iemand roept: “Fuck Yeah! Summon the Bitches! “Via de megascope proberen ze heksen te voorschijn te laten komen maar omdat de Witchers niet op vrouwen lijken zijn ze bang dat ze de hen zullen afschrikken. Zodoende komen ze op het briljant idee om zich als vrouwen te verkleden. Via een zeer bezopen spreuk weet Geralt de megascope aan de praat te krijgen maar treffen helaas een oudere man die wegvlucht. Natuurlijk komt op dat moment net een ziedende Yenn binnen lopen. Geralt, in een jurk en zwalkend, wordt naar bed gestuurd. Bij het volgende shot zien we hem wakker worden op de vloer.

Naast dat het voor de speler hilarisch is om Geralt steeds dommere dingen te laten doen leer je door de dronken nacht je wapenbroeders aanzienlijk beter kennen. Hierdoor voelde ik mij als speler nauwer verbonden met Geralt maar ook met Lambert en Eskel. Die band, die door verhalen wordt versterkt, maakt de context rijker en dus de sfeer beter.

Anders dan in Velen of in Skellige is de sfeer voornamelijk zo goed doordat je de achtergrond van Eskel en Lambert leert kennen en de relatie die zij met zijn drieën hebben uit kan diepen. Daarnaast verbindt de tweede sekspartij met Yennefer mij meer met mijn geliefde heks. Ook al is ze een beetje bazig, en uit de hoogte, en gesloten. Nou en.

Wat maakt nu een goede sfeer?

Zowel Velen als Skellige en Kaer Morhen creëren op hun eigen manier een intense en bijzondere sfeer. Velen zucht onder wederom een oorlog. De bevolking is radeloos en dat merk en voel je door de gesprekken, de galgen, de vrij zwervende bandieten en de vele monsters. Skellige ademt juist trots uit. Dat komt door het landschap, de tradities en de heldhaftige krijgers. Maar op het archipel is discriminatie eerder regel dan uitzondering en voor wie anders tegen de tradities aankijkt is verbanning of de dood vaak de enige uitweg. In Kaer Morhen ontstaan vriendschappen en wordt de liefde tussen Geralt en Yennefer versterkt (ja, door te neuken ja. Dat kan). De sfeer wordt hier gevormd door de achtergrond van de karakters (en Yennefer hahaha, zo flauw, zo seksistisch) uit te diepen.

Natuurlijk heb ik nu bepaalde aspecten van de drie locaties uitgelicht. In Velen is niet iedereen diep ongelukkig en het landschap desolaat. Evenals in Skellige niet elk persoon een racistische en vrouwhatende Viking is. Wat ik heb willen laten zien is dat bepaalde herhalende karaktereigenschappen van Velen en Skellige en de daadwerkelijke karakters in Kaer Morhen je diep mee nemen in de wereld van Geralt. Waardoor je verbonden raakt met de bewoners, de historie en het verhaal en uiteindelijk met pijn in je hart afscheid van ze moet nemen. Op naar Heart of Stone en Blood & Wine.